Stadslandbouw

In 2015 zullen 26 steden van over de hele wereld meer dan 10 miljoen inwoners tellen. Om een stad van deze omvang van voedsel te kunnen voorzien, moet er dagelijks minstens 6000 ton voedsel worden ingevoerd. Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zouden er 1,1 miljoen inwoners gevoed moeten worden. Het transport van deze koopwaar is enkel mogelijk mits gebruik van fossiele brandstoffen die ons milieu schade berokkenen. Dat groeiende besef heeft ertoe geleid dat er over gans de wereld verschillende stedelijke landbouwvormen werden opgezet. Een ouder voorbeeld hiervan is dat van de Machu Picchu in Peru en een hedendaagse vorm is dat van de ontwikkeling van stadsboerderijen. Het idee om in steden aan landbouw te doen neemt stilaan grootse vormen aan in New York, Montréal, Shangai, Dar-Es-Salam of Amiens. Alle modellen beantwoorden aan een voedselnood binnen de steden en beslaan slechts korte afstanden zodat ze de lokale economie ten goede komen.  

Door deze korte afstanden kunnen er kwaliteitsproducten aangeboden worden tegen een correcte prijs aangezien alle tussenpersonen tussen producent en koper geëlimineerd worden. Dit alles gebeurt door ongebruikte stedelijke ruimtes te benutten, door de impact van voedsel in steden te verminderen en door de creatie van jobs te ondersteunen. Deze ruimtes hebben ook een sociale functie omdat ze stedelingen met elkaar in contact brengen en mensen bewust kunnen maken van het milieu en het belang van duurzame voeding.

De stedelijke landbouw draagt op twee manieren bij tot de voedselveiligheid en –hygiëne: enerzijds verhoogt ze de voedselkwaliteit van de mensen die in steden wonen, en anderzijds stelt ze verse en biologische seizoensproducten ter beschikking van de stedelijke consumenten. De stedelijke landbouw kadert ook in de beweging ‘steden in transitie’, ontstaan vanuit de vaststelling dat de fossiele brandstoffen beperkt zijn en die door middel van lokale initiatieven probeert om zich zo goed mogelijk voor te bereiden op de toekomstige brandstofpieken. Rekening houdend met het feit dat stedelijke landbouw economieën van energie en lokale voedselproductie voorziet door de stedelijke biodiversiteit aan te moedigen, kan deze vorm van landbouw als duurzaam beschouwd worden.

Stedelijke landbouw heeft verschillende voordelen, zowel voor de mensen die het beoefenen als voor diegenen die er de voordelen van ondervinden.

 Directe of indirecte economische voordelen

  • Het benutten van ongebruikte ruimtes
  • Auto-productie van fruit en groenten
  • De lokale economie ondersteunen

Voordelen voor het milieu

  • Stedelijke landbouw in de nabijheid zorgt voor ‘korte circuits’ die de kosten, de CO2uitstoot en de behoefte aan energie en fossiele brandstof verminderen
  • Vermindering van transport en verpakkingsmateriaal dat onvermijdelijk is bij commercialisatie
  • Terugdringen van de vervuiling van de atmosfeer (zuivering van de lucht)
  • Gebruik van oude en inheemse plantenzaden om de biodiversiteit te behouden
  • Mensen bewust maken van het milieu
  • Hergebruik van regenwater en het behouden van water in geval van storm (minder afvloeiend water en overstromingen)
  • Snelle recyclage van bepaald organisch afval door te composteren
  • Het groener maken en verfraaien van steden

Sociale voordelen

  • Voedselveiligheid en –kwaliteit (biologisch, geen pesticiden, geen GGO’s enzovoort)
  • Creëren van aangename en bevredigende jobs
  • Toegankelijkheid van levensmiddelen en de vermindering van hun kosten
  • Hobby’s
  • Samenhang en welzijn van de gemeenschap
  • Opleiding in tuinieren
  • Gevoel van deel uit te maken van een groep, van een project
  • De voedselonafhankelijkheid van individuen